Lauwers

 

Vervoer - Transport

Boten-Treinen-Vliegtuigen

Navires-Trains-Avions

 

Otraco Unatra

Door www.Otraco-Unatra.be

Fleuve Congo 1917

Het Hydrografische werk van J.Lauwers De Congostroom

Haut Congo 1915-1918

 

Lauwers J ., Hydrograaf bij de Diensten van het Zeewezen, is een van die mensen die hun land hebben gediend op een manier die meest treffend is en die mensen kenmerkt die zich onbaatzuchtig, zwijgzaam, hardnekkig en idealistisch aan een bepaalde taak wijden.

Vele lastige karweitjes en gevaarlijke opdrachten werden aan h. Lauwers toevertrouwd, en altijd tot een goed einde gebracht.

Dus een levensschets en hulde is hier op zijn plaats voor zijn prestaties die zijn leven kenmerken.

 

De h. Lauwers, geboren op 9 Februari 1884, deed zijn humaniora aan het Kon. Atheneum te Oostende. Vervolgens ging hij aan de Gentse Universiteit studeren met succes.

Toen hij Gent achter de rug had, trad de h. Lauwers in dienst bij de Hydrografische Dienst, toen nog onder bevoegdheid van Bruggen en Wegen.

 

Deze dienst had als opdracht zeediepte te berekenen, stromingen na te gaan, vaargeulen uit te tekenen en op kaart te brengen, met een woord, alle nuttige inlichtingen voor zeevarenden om op te zoeken in een atlas.

De werksfeer van deze dienst omvatte de Noordzee en de Schelde.

Omstreeks 1905 vingen de maritieme staten een wedloop aan om steeds grotere eenheden in de vaart te brengen.

Zo kwamen steeds grotere vrachtschepen Antwerpen aandoen en zo concentreerde zich de activiteit van de dienst in de Scheldemonding, immers de dieptegang in de vaargeulen was ontoereikend en men moest tot uitgravingen en uitdiepen overgaan.

De talrijke tussenkomsten van de hydrografische dienst waren van belang en dank zij zijn onderzoekingen werd het verdiepen van de vaargeulen succesvol uitgevoerd.

In 1908 verwierf de h. Lauwers, na te zijn geslaagd in een vergelijkend examen, het brevet van hydrograaf.

In 1911 werd zijn dienstoverste voor een bijzondere zending naar Belgisch-Congo gestuurd en de h. Lauwers werd belast gedurende één jaar de leiding van de dienst op zich te nemen.

Tijdens het Pionierswerk in Congo had het Ministerie van Koloniën een gevoelig tekort aan hydrografische deskundigen en dit was tijdens de oorlog nog meer het geval. De exploitatie van dit reusachtig gebied was toen nog maar in een beginstadium en het vervoer geschiedde hoofdzakelijk over water. Het aanleggen van banen was onmogelijk, maar gelukkig heeft de Congostroom wijde vertakkingen zodat, langs deze bijrivieren, men diep in het land kon dringen.

 

De avonturen van h. Lauwers in dit woeste gebied zouden zeker stof genoeg geven voor een epos. Weliswaar waren reeds meerdere vreemde hydrografen aan ’t werk gesteld, doch de resultaten waren tot dan toe maar povertjes. Men was er nog niet in geslaagd de algemene kaart op te maken van de hoofdrivier, noch van een enkele bijrivier. De taak die deze mensen op zich hadden genomen, was echter ontzagwekkend.

 

Deze rivieren, door de natuur op grillige wijze aangelegd, waren banen van oneindige vervoercapaciteit. Maar deze stromingen verleggen hun beddingen volgens de seizoenen. Gedurende het droge seizoen zijn ze meestal ondiep, maar eens de regenperiode begonnen, dan zwellen de rivieren en worden kilometers wijd en verspreiden zich over het land.

Eilanden verdwijnen, andere komen tot stand en zijn in enkele maanden tijd met hoog gewas begroeid. Dat het geen gemakkelijk werkje is, te midden die watervlakten en eilanden om de natuurlijke vaargeul op te zoeken.

 

De hydrograaf is hier wel de enige man die, in een stroombreedte van verscheidene kilometers, de vaargeul kan opzoeken en aanwijzen, vervolgens afbakenen en op kaart brengen. Vroeger moesten kapiteins met persoonlijke schetsen die zij alleen konden lezen met enkele nota’s van de meest lastige en gevaarlijke overgangen hun plan trekken. Voor het overige betrouwde men op het geheugen van de zwarte roerganger, het fotografisch geheugen van deze roergangers was uitstekend om de juiste vaargeul aan te wijzen en dit over honderden kilometers stroming tussen dicht beboste eilanden en wijde watervlakten.

De h. Lauwers wist op korte tijd van drie jaar (tussen 1915-1918) met weinig personeel, de kaart op te maken van de Congostroom vanaf Leopoldville tot Stanleyville, zijnde 1.720 Km. vaarweg. Tevens de kaart met de bijrivieren van de Kasai met 585 Km. vaarweg, Sankuru met 440 Km. vaarweg, Luebo en de Aruimi met 180 Km. vaarweg.

Na 28 jaar waren deze kaarten nog steeds in gebruik en reeds in herdruk verschenen, hetgeen er op wijst dat hier uiterst nauwkeurig werk werd geleverd van blijvende waarde. Zijn activiteit heeft zich nog verder uitgestrekt en wel tot het grote Kisale-meer, in Zuid-West Congo over dit meer, dat steeds overdekt is met hoog drijf gewas, wist hij een vaarweg te verwezenlijken.

Hij leverde ook een studie betreffende het verbeteren van een haven, aangelegd aan de oever van het Tanganikameer, in de omstreken van Albertville.

Nog in 1918 wordt hij naar Belgie teruggeroepen. Een massa werk stond hem hier te wachten. De zee is met allerhande versperringen bezaaid, de vaargeulen zijn aangeslipt en hier is nogmaals het nauwkeurig werk van de hydrograaf onontbeerlijk, wil men de havens zo vlug als mogelijk weer in gebruik nemen.

Ook de haven van Zeebrugge valt onder de bevoegdheid van de h. Lauwers. Men herinnert zich nog dat Koning Albert, vergezeld van Hare Majesteit de Koningin Elisabeth, in Zeebrugge scheep gingen op de Braziliaanse kruiser “Sao Paulo”.

Na de bezetting bereikte de diepte van de havengeul hoogstens 15 dm. bij laag water en het oorlogsschip had een tiental meter diepgang

Op een korte tijd wist de h. Lauwers de toestand te verbeteren en de gewenste diepte te verwezenlijken. De “Sao Paulo” kwam veilig in de haven, vertoefde enkele dagen aan de havenwal en stak, zonder enig incident, in zee.

Later kwam de kaart met Vlaamse Banken tot stand, die heden nog wordt geprezen om haar nauwkeurigheid, leesbaarheid en doeltreffende samenstelling. Het opmaken van nauwkeurige zeekaarten eiste de kennis van ligging van talrijke vaste punten langsheen de kust. Die gegevens bekomt men door landmetingen, driehoeksmetingen genoemd. De ganse kust, van grens tot grens, werd door h. Lauwers afgemeten; zeer omvangrijk werk en uitgangspunt van de eigenlijke opmetingswerken die, onder zijn leiding aan boord van de “Victoire”, in zee werden uitgevoerd.

Het ontstaan van deze Atlas, gepubliceerd door de speciale dienst van hydrografie, is bedoeld ter vervanging van verschillende schetsen die werden gebruikt door de kapiteins van de stoomboten van de bovenste rivier (Haut-Congo), waarvan de meeste te voortvarend waren vastgesteld.Rekening werd gehouden met het hydrografische werk eerder uitgevoerd door verschillende missies om tot een overzicht te komen en de werken te starten met de elementen die ter kennis waren, hoewel de wiskundige gegevens van een geodetische ( kortste afstand tussen twee punten op een oppervlak) en triangulatie( driehoeksmeting), onvoldoende nauwkeurig waren.

 

Het was op de vergadering van de Raad van bestuur de bedoeling van dit album een degelijk document te maken dat van grote dienst zou zijn voor de navigatie op de Congostroom.

Met deze kaart zou getoond worden aan de marineofficieren die op dat ogenblik de routes aflegden dat ze tot veel meer in staat zouden zijn, het zou hen in staat stellen om gemakkelijke en nieuwe routes met de wisselende veranderingen op de banken en eilanden op tijd te tonen, de markeringen en vele waardevolle informatie waar ze mee rekening kunnen houden zou hen in staat stellen om zich sneller en veiliger te verplaatsen..

 

De peilingen uitgedrukt in decimeters werden uitgevoerd op het niveau van de wateren in 1916.

 

Er werden twee testen uitgevoerd tijdens de twee reizen door de hydrografische sectie van haut-Congo aan boord van de “Général Strauch" in 1915 en 1917 om deze kaart tot stand te brengen.

Tijdens de zomer werden de eilanden en de banken volledig zichtbaar zo werd het pad in de weg verkregen met behulp van een verrekijker op een stevige vorkmontering en een peilkompas die Thompson ontwikkelde.

Voor de niet zichtbare oevers van de route gebruikte men een uitgepakte kaart bij 1/250, 000. "de Congo rivier" gepubliceerd in 1902 door G.GRENFELL . B.M.S. missionaris ontdekkingsreiziger.

(In 1881, samen met de Rev TJ Comber en anderen, richtte hij een keten van missies in Musuko, Vivi, Isangila, Manyanga, en andere punten, en in 1884, in een klein stoomvat, verkende hij de Congo naar de evenaar. Hij richtte een hoofdkwartier in Arthington, in de buurt van Leopoldstad, in 1884, en lanceerde op Stanley Pool een rivier stoom schip genaamd, de vrede, daarmee onderzocht hij de Kiva, de Kwango en de Kasai rivieren, ontdekte de Ruki of Black River, en steeg de Mubangi voor 200 mijl (320 km) naar Grenfell Falls, op lat. 4 ° 40 'N. In 1885 onderzocht hij met Curt von François andere zijrivieren van de Congo, met name de Busira, waarlangs hij de Pygmy Batwa volkeren vond. In het volgende jaar onderzocht hij de Kasai, de Sankuru en de Luebo en Lulua, en maakte een zorgvuldige administratie van de Bakuba en Bakete stammen. Hij kreeg in 1887 de Patron's Gold Medal van de Royal Geographical Society voor zijn verkenningen in Kameroen en Congo.

In 1891 werd hij benoemd tot gevolmachtigde voor België aan de grens tussen de af te bakenen Belgische en Portugese bezittingen langs de Luanda grens. Hij protesteerde bij koning koning Leopold het Belgische wanbeheer aan in de Kongo Vrijstaat, maar met weinig effect. Van 1893 tot1900 verbleef Grenfell vooral in Bolobo (Congo), waar een sterk missie station werd opgericht. Na een bezoek aan Engeland in 1900, begon hij voor een systematische verkenning van de rivier Aruwimi en in november 1902 had hj Mawambi bereikt ongeveer tachtig mijl uit de westelijke uiteinde van het Uganda protectoraat.

Tussen 1903 en 1906 G.Grenfell was bezig met een nieuw station op Yalemba, vijftien mijl ten oosten van de samenvloeiing van de Aruwimi met Congo.

Ondertussen vond hij moeilijkheden bij het verkrijgen van bouwplaatsen in de Kongo Vrijstaat, die toegekend werden aan rooms-katholieken. Hij was overtuigd van het kwaad karakter van de Belgische administratie, waarin hij eerder had vertrouwd. Grenfell overleed na een slechte aanval van zwartwaterkoorts op Basoko op 1 juli 1906. (info wikipedia).

 

Poste à Bois ( op de atlas is dit vermeld met PB) en betekend dat hier hout kan opgehaald worden om verder te stoken en de machines zo draaiend te houden van de stoomboten die dan op hun beurt verder konden varen naar hun bestemming. De Congolezen moesten het hout vergaren.

De Franse route van Stanley Pool van de missie "Congo - Oubangui - Sanga" (1910-1911) gepubliceerd door Mr.M Roussine, ingenieur hydrograaf.

Andere plannen waarvan men gebruik heeft gemaakt van 1910 tot 1914 zijn de hydrografen Nisot, Jersey en Lefebvre en staan namelijk op het album “FLEUVE CONGO 1917.”

 

De meeste gebruikten de topografische triangulatie ( is een begrip afkomstig van uit de driehoeksmeting) uitgevoerd in sommige delen van de bovenste-rivier door Mr.Willemoes van O'Reilly.

 

1) De Belgische route van Stanley-Pool (1913) door J.Dutrieux.

2) De sectie Léfini - zandstrand- Boloko (1912) door J.Nison.

3) De sectie Umangi-Lisala (1912) door J.Nisot.

4) De sectie d.Ukaturaka (1913) door J.Dutrieux et J.Lefebvre.

5) De sectie Barumbo - Baondo (1913) door J.lefévre.

6) De sectie Isangi - Romée - Stanleyville (1913-1914) door V.Willemoes, J.Dutrieux en J.Lefebvre.

 

Alle die metingen en gegevens samen moesten aangepast aan de Mercator-projectie om de kompaskoersen getrouw te kunnen weergeven .

De afstanden en metingen verkregen tijdens de twee testen in 1915 en 1917 zijn gecorrigeerd om te verbinden naar de coördinaten die eerder in verschillende stations aan wal bepaald werden door mevrouw geografen Delporte, Gillis, Lemaire enz... Wanneer verschillende coördinaten werden gegeven voor hetzelfde punt, viel de keuze op waarden, rekening houdend met de methode die wordt gebruikt om te bepalen.

 

 
 
 

© Copyright 2015 Website by www.otraco- onatra.be

www.congo-1960.be