kolwezi_1978

Slag van Kolwezi

Donderdag 17 mei 1978 In de vroege uren van woensdag op donderdag was er briefing voor de para­officieren in een definitieve coördinatievergadering. Wij krijgen voor onze actie in Shaba een codenaam: Red Bean - Rode Boon. In deze nachtelijke briefing worden de verschillende compagnieën ingedeeld voor de inzet. Er gaan ongeveer 1050 man naar Zaïre. Het éérste Para met 470 man. Het derde Para, met eveneens 470 man en ongeveer 100 man versterking uit verschillende diensten van het Regiment Paracomman­do’s. In de compagnieën worden verlofgangers en zieken vervangen door keukenpieten, administratief personeel en mannen uit andere diensten. Drie piloten van het licht Vliegwezen uit Brasschaat komen mee om onze Alouette verkenningshelikopter te vliegen. Om 04.00 uur is deze briefing voorbij. Alle bevelen zijn uitgereikt. Intussen hebben de onderofficieren en korporaals de troepen klaargemaakt om te vertrekken. Om 06.00 uur staan secties en pelotons met wapens en uitrusting klaar voor de afreis. Camions en bussen rijden het kazerneterrein op. Vanaf 06.00 uur vertrekt om het half uur een konvooi naar de Militaire Luchthaven van Mels­broek. Tegen 12.00 uur is bijna iedereen op het vliegveld. Iedere soldaat krijgt zijn extra uitrusting: rugparachute en reserve­valscherm; noodrantsoen en scherpe munitie. Op de vliegbasis wordt iedere para ook nog snel ingespoten tegen gele koorts.

Aan de Belgische para's' werd het bevel gegeven zo snel mogelijk op het vliegveld van Kolwezi te landen en er het nodige te doen om de blanken op te vangen en ze naar Kamina te brengen. De para's krijgen de opdracht, zich buiten de militaire operaties te houden. Wel mogen ze ingrijpen om personen die in gevaar verkeren te beschermen en mogen ze, desgevallend ook gegijzelden bevrijden, zonder daarbij evenwel de grens te overschrijden. Volgens de richtlijnen blijft de aanwezigheid te Kolwezi beperkt tot 72 uur.

De officieren zijn op de hoogte van het logistieke probleem dat ons ret. Van de twaalf C 130-transportvliegtuigen die België heeft, moeten er vier stand-by blijven voor onderhoud. Het zijn geen nieuwe machines meer. Drie C-130 toestellen zijn in Mali voor een humanitaire hulpactie. Er schijnen dus maar vijf C-130’s beschikbaar te zijn voor ons trans­port naar Kolwezi. Dat is veel te weinig.

Dus Sabena zal ons met zes Boeings 707 naar Shaba vliegen, In ieder geval comfortabeler dan in de vrachtruimen van de C-130 toestellen.

Later blijkt dat alle 707 toestellen eerst nog reisvaardig moeten worden gemaakt. Daardoor de vertraging. In de namiddag gaan de eerste C-130 toestellen de lucht in, zij hebben vracht aan boord : jeeps, rantsoenen, munitie en valschermen. Er gaan een 15-tal para’s mee per toe­stel. Onze enige verkenningshelikopter krijgt ook een plaatsje in de wijde buik van een der C-130 toestellen.Aangezien we met militaire toestellen vliegen moeten we toestemming vragen om over Frankrijk te vliegen maar dat lukt blijkbaar niet en moeten dan via Madeira een tussenlanding maken met onze C-130 toestellen die zwaar geladen met ons materiaal zoals jeeps,rantsoenen, munitie en valschermen veel vertraging zullen hebben.

20.30 uur: Wij vertrekken met de eerste Sabena-Boeing 707. Het wordt een lange nachtvlucht. Maar wij krijgen aan boord een lekkere lunch.

00.53 uur: Tussenlanding op Las Pal­mas. Wij zien ook het volgende Sabena­toestel met para’s landen. Om 09.12 landen wij nog eens in Libreville, de hoofdstand van Gabon om te tanken.

Tenslotte om 13.45 uur: landing op de basis van Kamina in het noorden van de provincie Shaba.

Onze commandant kolonel Depoorter krijgt een hangar aangewe­zen, daar worden wij ondergebracht. Er staan een paar Mirages en verken­ningstoestellen van de Force Armée Zairoise (FAZ). In de loop van de middag strijken de andere Sabena-Boeings neer. Later verschijnen ook de C-130’s met het materiaal.

Onze commandant heeft intussen inlichtingen ingewonnen over de toestand in Kolwezi. Daarvoor zijn wij immers hier. Hij en wij vernemen pas op de basis van Kamina, dat ook de Fransen para eenheden naar Shaba hebben gestuurd. Nauwelijks horen wij dit nieuws of er land een Franse C­10 vol parachutisten van het tweede Re­giment van het Vreemdelingenlegioen. Om 18.00 uur springen wij boven Kolwezi luidt het bevel.

Iedereen staat klaar als om 17.35 helaas een tegenbevel komt dat zegt dat de actie uitgesteld is. Er moet ergens een kink in de kabel gekomen zijn.

Wat er precies gebeurd is, horen wij ‘s avonds. Er wordt gevloekt en gesak­kerd, de Fransen zijn ons vóór geweest. Twee compagnieën Legionairs hebben rond 14.30 een para-actie in Kolwezi uitgevoerd. Niet de manschappen die wij op Kamina hebben gezien (en die, naar later blijkt, naar Lubumbashi zijn doorgevlogen) maar twee compagnie­ën die rechtstreeks uit Kinshasa zijn overgevlogen. Er zijn geen berichten hoe zij het er in Kolwezi vanaf hebben gebracht.

Heel laat in de avond van deze spannende vrijdag krijgen de Belgische officieren dan toch een briefing. Het nieuws, dat wij van onze bevelhebbers te horen krijgen, komt voornamelijk uit de inlichtingen­dienst van het Zaïrese Leger. Maar ook via amateur zenders uit Kolwezi waren berichten binnengelopen: een week tevoren zijn ongeveer vierduizend rebel­len in Zuid-Shaba binnengevallen. Zater­dag vóór Pinksteren hadden, zij rond 05.00 uur Kolwezi aangevallen.

Toen de rebellen gisteren via de kortegolfradio uit België en Frankrijk hadden vernomen, dat parachutisten in aantocht waren, hadden de meeste de benen ge­nomen. Onze commandanten geven hun instruc­ties over de toestand die wij bij inzet in Kolwezi nog zouden kunnen verwachten. Maar zij voegen er aan toe: er staat bij alle inlichtingen een groot vraagteken.

Zaterdag 20 mei Omstreeks 04.00 uur stijgen onze acht C.130 toestellen van Kamina op.

Want de drie C.130’s uit Mali zijn intussen ook naar Kamina gedirigeerd. Wij zijn met 900 man.

De vlucht naar Kolwezi duurt 40 minuten, bij hel eerste licht in de hemel zien wij het vliegveld onder ons. Nog voordat de toestellen helemaal zijn uitgerold, springen wij eruit en verspreiden ons langs de piste. Er is geen tegenstand.

Het Zaïrese Leger blijkt achteraf alleen de controletoren te bewaken. De meest elementaire regels voor de bescherming van een vliegveld zijn aan de laars gelapt. Gelukkig, dat de rebellen er blijkbaar ook niet aan denken om ons het leven zuur te maken.Het éérste Para krijgt meteen bevel om de Kolwezi luchthaven volgens de regels van de kunst te bezetten.

Ons bataljon, het derde Para, trekt op in de richting van Kolwezi-stad, ongeveer 7 kilometer noordelijk van het vliegveld.

Onze naderingsweg loopt langs de spoorlijn en de grote weg naar het station. Alles gaat volgens het boekje. Iedereen marcheert in scherpste aandacht, ogen in je achterhoofd. De kilometerlange colonne is indrukwekkend.

Op een paar kilometer van het station Kolwezi horen wij de eerste schoten. Het blijken legionairs, die in het ochtendkrieken herbegonnen zijn om de zuidelijke zwarten wijken op te kuisen.

Op nauwelijks een kilometer van het echte centrum van Kolwezi in de buurt van hel Postkantoor en het Hotel Impala - krijgt onze eerste sectie van het eerste peloton vuur. De jongens gaan in dekking. De toestand is een ogenblik verward. Er wordt halt gemaakt. Op enkele tientallen meters van ons vandaan. Dan zien wij in het groen van tussen de bomen rebellen die ijlings de vlucht nemen. Wie heeft er op ons gevuurd. Deze rebellen of Franse legionairs die blijkbaar order hebben om op alles te schieten wat zich beweegt?

Enkele manschappen krijgen order een salvo waarschuwingsschoten te lossen. Er wordt over de hoofden van de rebellen heen gevuurd. Niemand wordt geraakt. Twee minuten later is de weg weer vrij. Onze opmars gaat voort.Omstreeks 08.30 uur bereikt het derde bataljon Para het centrum van Kolwezi. Voortdurend horen wij door de onafgebroken explosies dat de legionairs aan het werk zijn. Om 11.00 neemt majoor Cauwenbergh, bevelhebber van het derde Para contact op met één van de commandanten van de Legionairs. Beide officieren treffen een akkoord: De Belgen moeten de blanke wijken doorzoeken, de Legionairs zullen rondom de zwarte kwartieren blijven «uitzuiveren».

Voor ons betekent dit, dat we even later in de binnenstad mogen uitzwermen. Een afdeling van zowat 150 man wordt belast met het uit de huizen halen van de Belgen en andere Europeanen, die in de oude blanke wijk verborgen zitten.

Een andere compagnie trekt naar de nieuwe wijk P2. De rest van de man­schappen moest verder de weg en de spoorweg bewaken, evenals de luchthaven. Om de evacuatie te beschermen.De bevrijding van de blanken verloopt aanvankelijk niet vlot. Overal troffen we lijken aan en de rebellen hadden mijnen op de voetpaden achtergelaten. Het valt ons ook op dat de achtergeble­ven Europeanen bijzonder achterdochtig zijn.

 

Van ‘s morgens vroeg tot laat in de avond zijn we bezig. Overal worden we geestdriftig onthaald. We bemerken ook overal lijken. Sommigen zijn reeds in staat van ontbinding. De doden begraven en de lijken identifi­ceren is niet onze opdracht. Dus blijven ze liggen.

Er was wel over dit probleem gesproken, maar ons werd uitdrukkelijk bevolen enkel mensen te helpen bij de evacua­tie. Een speciale ploeg zou zich met het begraven van de lijken belasten.

Om 13.00 uur was het al mogelijk een eerste colonne vluchtelingen naar het vliegveld te laten vertrekken. Voor en achter de autofile rijden jeeps met gewapende para’s. Een uur later zitten deze mensen veilig en wel in een C 130 met bestemming Kamina. De luchtbrug met de C-130 toestellen functioneert de hele namiddag. Van op Kamina zullen de burgers dezelfde avond nog met de Sabena-Boeings, die ginder zijn achtergebleven naar Europa gevlo­gen worden. Die zaterdag brengen wij in totaal 1922 personen in veiligheid. Gek genoeg leveren we ook zo’n 200 zwarten af op het vliegveld van Kolwezi. Ook zij worden naar Kamina gevlogen, omdat ze eveneens om hulp hadden ver­zocht. Wellicht zijn er onder deze zwarte vluchtelingen enkele rebellen, die hun wapens en uniformen hebben weggegooid. Maar deze mensen zijn niet gevaarlijk meer en moeten geholpen worden.

Het Zaïrese leger bemoeit zich niet met de evacuatie. De FAZ-troepen zullen pas morgen de stad bezetten. Van dan af zal geen enkele zwarte de stad nog mogen verlaten.

We zijn tevreden. We hebben goed en snel gewerkt. Wanneer de nacht valt brengen we aI onze manschappen naar het sportcomplex Manika-sport, in het westen van de stad. Daar kan iedereen enkele uren uitblazen. Nachtpatrouilles worden niet voorzien, maar er blijven wachtposten rond bet hospitaal. Er waren immers gekwetste rebellen in het hospi­taal opgenomen en hun kameraden hadden gezworen ze te komen bevrijden.

zondag 21 mei Vroeg in de morgen verlaten wij het Manika-kamp. In de school wachten nog enkele Europeanen op evacuatie naar het vliegveld. Wijzelf moeten inmiddels de blanke wijken andermaal uitkammen. Ditmaal echter systematisch, huis per huis. We krijgen de specifieke opdracht te zoeken naar mogelijke gewonden die misschien niet uit hun huizen kunnen komen. Op die manier doorzoeken wij de stad uren aan een stuk. Vanuit de blanke wijk P2 meldt men dat een patrouille een vrouw heeft gevonden, die onder een dertigtal lijken lag en toch nog leefde. We zijn blij met dit nieuws, omdat deze redding ons het nut van onze aanwezigheid bevestigt. Uit de huizen mogen we lier en water meenemen. Ook mogelijke vuurwapens die er zich bevinden. Ook zonnebrandolie hebben we nodig. Daar­aan werd niet gedacht bij het vertrek. Vele mannen hebben last van de zon. Aan alcohol raken we niet. Overal vinden wij wapens van Russische, Franse, Amerikaanse of Oost-Duitse makelij.

De rebellen en de Zaïrese soldaten heb­ben enorm veel materiaal achtergela­ten. Inmiddels is de FAZ in de stad aan­gekomen. Wij bemoeien er ons niet mee. Evenmin als met de Legionairs die nog altijd schieten op alles wat be­weegt. Een beroepsvrijwilliger ver­klaart: in een huis zag ik plots een varken…»

Omdat ik veel te goed weet dat de mensen hier in de zwarte wijk sterven van de honger, joeg ik het beest naar buiten. Er kwam juist een jeep met een patrouille Legionairs voorbijgereden. Zij zagen het beest ren­nen en openden onmiddellijk het vuur. Zomaar voor de lol. In de hulppost komt nieuws binnen uit de omliggende gebieden rond Kolwezi. Gevluchte missionarissen arriveren met berichten over blanken, die nog in een paar afgelegen brousse dorpen zitten. Er worden patrouilles uitgestuurd. De radiojeeps zijn intussen aangekomen en zo kunnen wij beveiligde en bewa­pende colonnes de stad uit sturen. Die zondag is er dan ook af en toe contact geweest met teruggetrokken rebellen­eenheden.

‘s Avonds kwamen alle para’s terug naar ons aangewezen kampement in het sportcomplex Manika-Sport. Er zijn intussen rond 2300 mensen uit Kolwezi vertrokken en als alles normaal verloopt gaan wij morgenochtend zelf ook terug.

Er zijn zo goed als geen burgers meer in Kolwezi. Op een enkele mijningenieur na die nog enkele technische dingen in orde moeten brengen voordat zij met ons weggaan.

 

Het is een onrustige nacht geworden. Overal in de stad werd geschoten. .Er kwam geen einde aan. De jongens zijn er niet gerust in. Iedereen wil weten wat er aan de hand is. Het doffe explo­deren van handgranaten verstoorde onze nachtrust. Iedereen begreep op de duur wat er gespeeld werd. Het Zaïrese leger was op zijn beurt bezig met bloedwraak te nemen en schoon schip te maken tussen de lundabevol­king, waartussen inderdaad een deel van de rebellen verborgen moest zitten.Voordat taptoe wordt geblazen. worden officieren en onderofficieren bij de Ma­joor Cauwenbergh geroepen. Hij heeft een mededeling voor ons: «Niemand mag vannacht het kamp uit. De Franse para’s gaan samen met het Zaïrese leger represailles uitvoeren in de Congolese wijken. Niemand mag buiten. U weet nu waarom. Deel het aan de manschappen mede. Maar geef geen reden op.»

Om 06.00 uur trekken wij met het ba­taljon terug naar het vliegveld. Om 07.00 uur stijgen wij op met bestemming Kamina. Daar worden wij gelukgewenst met de geslaagde actie door kolonel Depoor­ter, die bevestigt dat wij dezelfde dag nog naar huis zullen doorvliegen.